| De Vliegende Hollander (1995) |
|
Synopsis
Eerder had Gerard Rutten in 1957 al een Nederlandse speelfilm onder deze titel gemaakt, als ode aan de Nederlandse luchtvaartpionier Anthony Fokker. Jos Stelling had een breder uitgangspunt en richtte zich op de sage van de man die vanwege zijn goddeloos leven gedoemd is met een spookschip over de wereldzeeën te varen zonder ooit een haven te bereiken. Richard Wagner baseerde er zijn beroemde opera op, en in veel landen zijn er varianten op gemaakt. Stelling, die voor het scenario hulp inriep van scenarioschrijver Hans Heesen, plaatste de handelingen tijdens de tachtigjarige oorlog en gaf de film als thema: een ode aan de fantasie. De Middeleeuwse entourage gaf ruimte voor Mariken van Nieumeghen-achtige taferelen, rond hoofdrolspeler René Groothof als ‘De Hollander’, die een schip wil bouwen om alle einders te bedwingen. Bijna net zo prominent echter was de aanwezigheid van de Italiaanse acteur Nino Manfredi als minstreel. Voor de muziek huurde Stelling de befaamde Italiaanse componist Nicola Piovani in. Het werd een typische bonte Stelling-parade van de meest uiteenlopende vreemde personages en ongewone taferelen en spectaculaire ontwikkelingen. De hoeveelheid materiaal was teruggebracht tot 135 minuten, maar eigenlijk had de film wel wat meer adem kunnen gebruiken, wat bleek uit de langere versie die in delen op de televisie werd uitgezonden als miniserie. Opnieuw werd Stelling uitgenodigd voor de competitie van Venetië, maar dit keer viel hij niet in de prijzen en moest hij toezien hoe de vertoning en de publiciteit er omheen deels een Nino Manfredi-show werd. Zoals eerder met Freek de Jonge bleek Stelling een grote ster voor wie hij enorme bewondering had niet helemaal in de hand te kunnen houden. In het prestigieuze standaardwerk A Century of European Cinematography wordt De Vliegende Hollander als enige Nederlandse film vermeld.
The Dutchman René Groothof
Director Jos Stelling Awards Nominatie Gouden Leeuw, Venice Film Festival, 1995
|






